|
Dit voorjaar heeft een aantal mensen van Stichting B.O.S. een trip gemaakt naar Batang Toru
op Sumatra op uitnodiging van Gabriella Fredriksson. Uiteraard was dit “op eigen kosten”.
De groep bestond uit: Peter Hos (voorzitter Stichting B.O.S.), Hilda Schaap (administratrice), Fred Muller (vrijwilliger), Merel Sinemus (vertegenwoordiger van Clusius) en haar vriend Sander Kenniphaas. Tevens reisde mee de winnares van de schoolaktie van het Bonhoeffer College Castricum: Jill Rijkhoff (15 jaar). Zij kreeg als prijs de reis aangeboden.
Het doel van de reis was om een indruk te krijgen waar men op Batang Toru mee bezig is.
Op vrijdag 24 april 2009 vertrok het gezelschap vanaf Schiphol naar Medan via Kuala Lumpur. Bij het vliegveld van Medan wachtte Gabriella ons op en bracht ons naar haar kantoor in Medan. Wij kregen daar uitgelegd hoe men in het nabijgelegen quarantaine-centrum werkt. De volgende dag bezochten wij dit centrum en kregen daar een rondleiding van Ian Singleton en zijn medewerkers. Er waren op dat moment ongeveer 40 orang-oetans in opvang. Het centrum is prachtig gelegen en zag er goed verzorgd uit.
Op maandag 27 april vertrokken we met een tweemotorig vliegtuig van Medan naar Sibolga.
Sibolga ligt aan de westkust van Sumatra in de nabijheid van Batang Toru. Ook daar in de buurt heeft Gabriella een klein kantoor waar ze werkt, eet en slaapt. Een aantal mensen van ons groepje bezocht nog dezelfde dag een nabijgelegen stuwmeer waar elektriciteit wordt opgewekt. De hoeveelheid opgewekte elektriciteit is voldoende voor de mensen in de omgeving. We werden daar rondgeleid door de hoofdmanager van het stuwmeer.
Dinsdag 28 april vertrokken we met een busje richting Batang Toru. We reden door bergachtig gebied naar een kleine nederzetting , Haramunting, waar de weg ophield. Het onderzoekskamp van Gabriella ligt nog 10 km verder in het oerwoud. Deze afstand moest dus te voet afgelegd worden. Gabriella liep ook mee en ook nog vier dragers. Deze mensen komen uit dit gebied en zijn in dienst van Gabriella. Zij kennen de weg op hun duimpje. Er werd in verschillende groepjes gelopen omdat niet iedereen hetzelfde tempo heeft. Met kleding aan dat zoveel mogelijk bedekt tegen de bloedzuigers en een rugzak om van 10 kilo ( waarin de noodzakelijke artikelen voor overnachting en veel drinkwater), begaven we ons op weg. Een gebied vol dorre takken en boomwortels, veel omgevallen bomen waar we overheen moesten klauteren, steile glibberige hellingen en riviertjes waar we doorheen moesten! En dan ook nog een temperatuur van tegen de 40 graden Celcius! Jill amuseerde zich prima ondanks haar zware rugzak en kwam als een van de eersten in het Godelindekamp aan. Anderen deden het wat rustiger aan en liepen er ongeveer 7 uur over.
Het kamp bestaat uit een aantal hutten, gebouwd op palen en afgedekt met zeildoek. Men kookt er op houtvuur en het water dat men gebruikt komt uit de rivier waar het kamp aan ligt.
Ook is er sinds kort een generator waarmee elektriciteit wordt opgewekt, zodat de meeste hutten verlichting hebben. De bevoorrading van het kamp gaat allemaal te voet.
Na een bad in de rivier! en een heerlijke maaltijd werd ons verteld wat er in het kamp wordt gedaan en wat het onderzoek inhoudt. Ook werden de opgehaalde geldbedragen van de schoolacties symbolisch aan Gabriella overhandigd.
De volgende dag, na een heerlijke nachtrust ondanks het oerwoudlawaai, liet men ons in de omgeving zien hoe het in de praktijk te werk gaat. Het doel van het onderzoek is te weten te komen welke vruchten de orang-oetan het liefst eet. Een orang-oetan gebruikt een nest maar 1 nacht en vertrekt dan weer naar een andere plek, waar hij dus weer een nieuw nest bouwt. Ontdekt men een verlaten nest, dan wordt de plaats van de boom gemarkeerd met een label en periodiek wordt de diameter van de boom gemeten, het aantal vruchten geteld en bij benadering het aantal bladeren. Een en ander wordt via de computer verwerkt waarna men hoopt het antwoord op een aantal vragen te zullen krijgen.
De volgende dag, donderdag 30 april, verlieten wij het kamp weer. Onze gids liet ons veel bijzonderheden van het oerwoud zien, zoals: vleesetende planten, bloeiende gember, orchideeen, bijzondere insecten. Orang-oetans hebben we niet gezien ( wat een goed teken is) maar wel hoorden we de roep van de Gibbon. Het was een schitterende terugtocht.
Hierna is de groep nog een aantal dagen aan het Tobameer geweest, op het schiereiland Samusir. Hier konden we even uitblazen van de indrukken en vermoeienissen van de tocht door het oerwoud.
Op dinsdag 5 mei vlogen we terug naar Amsterdam.
Het was een prachtige, indrukwekkende reis!
Fred MullerLimmen 2009
|