Palmolie gevaar voor Orang Oetan
Jakarta – Indonesie is een van de grootste producenten van palmolie. Topleverancier Sinar Mas ligt onder vuur vanwege het kappen van oerbos om ruimte te maken voor plantages. Orang-oetans worden in hun voortbestaan bedreigd, net als inheemse stammen. Hoe moeilijk is het om “schone”palmolie te produceren?
De grootste Indonesische palmolieproducent ligt opnieuw onder vuur: Sinar Mas wordt beschuldigd van het illegaal kappen van oerbos voor de aanleg van enorme plantages. Unilever en Nestlé hebben al aangekondigd geen producten meer af te zullen nemen van het Indonesische bedrijf. Andere multinationals wachten de resultaten af van een onderzoek naar de beschuldigingen van milieuorganisatie Greenpeace.
Alternatief
Aan palmolie is vrijwel niet te ontkomen. Chocolade, dagcreme of een romantische kaars; in zeker 60 procent van de dagelijkse boodschappen is de goedkope, plantaardige olie verwerkt.
Ooit gepresenteerd als een milieuvriendelijk alternatief voor aardolie, totdat bleek dat er miljoenen hectares oerwoud voor werden gekapt. Op Borneo zijn de sporen overal zichtbaar. Hele stukken ooit dichtbegroeide jungle zijn vervangen door kilometers palmolieplantages.
Indonesie is een van de grootste producenten van ruwe palmolie ter wereld; bijna de helft van de veertig miljoen ton die jaarlijks wordt geproduceerd komt uit de archipel. Het grootste deel daarvan komt Europa binnen via de haven van Rotterdam. Door de grootschalige ontbossing worden planten en dieren met uitsterven bedreigd; hun terrein wordt iedere dag een stukje kleiner. Wetenschappers voorspellen dat, als niet wordt ingegrepen, de orang-oetan over tien jaar niet meer in het wild voorkomt. Hoge bomen zijn een voorwaarde voor de oranje mensaap om te overleven. Greenpeace is een nieuwe campagne begonnen om grote multinationals ertoe te dwingen duurzame in plaats van “foute”palmolie te gebruiken, waarvoor geen kilometers bos gekapt hoeven worden. Met een confronterend filmpje, waarin een vermoeide werknemer per ongeluk een hap van de vinger van een orang-oetan neemt, probeert Greenpeace bedrijven onder druk te zetten. Op dit moment dragen slechts drie van de honderden Indonesische palmolieprocenten het keurmerk “schoon”. Wereldwijd gezien is van de 40 miljoen ton nu 1 miljoen ton duurzaam. De productie van duurzame palmolie is “niet moeilijk”, volgens Sarala Aikanathan van de RSPO, een internationaal platform dat zich hier voor inzet, “maar kost wel meer”. Per ton bedragen die extra kosten zo’n tien dollar. Dorab Mistry, eigenaar van een firma die handelt in palmolie, verwacht dat steeds meer producenten dat voor lief nemen. “Ze willen liever met milieuvriendelijke olie geassocieerd worden, dan met ontbossing en klimaat verandering”. Suzanne Kroger van Greenpeace benadrukt dat vaak moeilijk te zien is welke palmolie “groen”is in Indonesie. “Er zijn kleine palmolieboeren, die geen bomen kappen voor hun gewas. Helaas wordt hun palmolie opgekocht door grote handelaren, die het vermengen met niet-duurzaam geproduceerde olie. En vanuit de overheid is er geen enkele controle”.
Campagne
Het Indonesische Ministerie van Plantages gaat om de tafel zitten met Sinar Mas en andere palmoliebedrijven om te kijken wat de beste reactie is op de “negatieve campagne” van Greenpeace. “We willen voorkomen dat de hele palmolie-industrie in Indonesie door de actie tegen Sinar Mas beschadigd wordt”, zegt Achmad Mangga Barani van het ministerie. Niet verwonderlijk, daar honderdduizenden Indonesiers financieel afhankelijk zijn van palmolie en het land tien miljoen werklozen kent. Ook handelaar Mistry vindt de door Greenpeace gehanteerde actie “te extreem”. “Het dwingt Indonesie in het defensief. Daarmee bereik je niet dat duurzame productie snel zal toenemen”.
Bron Noord Hollands Dagblad
Door Esther de Jong
April 2010
Natuurbeschermers hebben een nieuwe populatie orang-oetans ontdekt in een afgelegen en bergachtige hoek van het Indonesische eiland Borneo. Mogelijk gaat het om wel tweeduizend exemplaren van de ernstig bedreigde mensapensoort.
Een team dat bossen inspecteert, telde tussen kliffen van kalksteen aan de oostelijke rand van het eiland 219 orang-oetannesten. "Dat houdt in dat daar een 'substantieel'a antal van de diersoort aanwezig is", zei Erik Meijaard, een ecoloog van het Amerikaanse The Nature Conservancy. "We kunnen niet met zekerheid zeggen hoeveel het er zijn, maar zelfs de meest conservatieve schattingen komen uit op honderden, misschien wel duizend of tweeduizend".
Foto: Teamleden die een foto probeerden te maken van een vrouwtjesaap met kind, werden door een kwade mannetjesaap bekogeld met takken. De groep kwam tijdens de trip in december zeker drie exemplaren tegen, wat nogal uitzonderlijk is omdat ze erg schuw zijn.
Wereldwijd leven naar schatting vijftig- tot zestigduizend orang-oetans, in het wild, waarvan negentig procent in Indonesie en de rest in buurland Maleisie. De dieren brengen hun hele leven door in het regenwoud, dat in die twee landen steeds vaker het veld moet ruimen voor palmolieplantages.
Ontoegankelijkheid: De populatie was nog niet eerder ontdekt, volgens Meijaard door de ontoegankelijkheid van het bergachtige gebied en doordat de grond te arm is om te worden bewerkt. Birute Mary Galdikas, een Canadese wetenschapper die orang-oetans al vier decennia bestudeert, zei dat de meeste populaties klein en verspreid zijn, waardoor ze extra risico lopen om uit te sterven.
Significant: "Dus ja, een populatie vinden die voor de wetenschap tot nu toe onbekend was, is significant, vooral een groep van deze grootte", zei ze. Het gaat in dit geval om een zeldzame subsoort, de zwarte Borneose orang-oetan, of Pongo pygmaeus morio.
Her regenwoud waar de dieren leven, beslaat zo'n 2500 vierkante kilometer. Het gebied daaromheen is in de jaren negentig bijna volledig in vlammen opgegaan. Het vuur was aangestoken door plantage-eigenaren en kleine boeren, en werd aangewakkerd door aanhoudende droogte. Het kan zijn dat de dieren daardoor naar dit gebied zijn gevlucht.
De volgende stap van het team is in samenwerking met de lokale autoriteiten ervoor te zorgen dat het gebied wordt beschermd. Sommige deskundigen denken dat orang-oetans in het wild door het tempo van de vernietiging van hun natuurlijke leefomgeving binnen twintig jaar volledig zijn uigestorven.
NU -april 2009
Orang oetans in gevaar
De belangrijkste bedreiging van de orang-oetan: Illegale handel in orang-oetans Orang-oetanmoeders worden doodgeschoten, zodat men hun baby kan afnemen en als huisdier kan verkopen. Als de moeder uit een boom wordt geschoten, gaat ook de baby vaak dood. Voor iedere orang-oetanbaby die op de markt wordt verhandeld, heeft men drie andere orang-oetans moeten doden. Verlies van natuurlijke leefomgeving Van het gebied op Sumatra en Borneo, dat geschikt is voor orang-oetans, is in de afgelopen 20 jaar zo'n 80% verloren gegaan. Dit wordt veroorzaakt door:
Bosbranden: Ieder jaar komen bosbranden voor die ontstaan doordat boeren een klein stukje bos platbranden voor nieuwe landbouwgrond en het vuur niet meer onder contrôle kunnen houden. Oliepalmplantages: door de toenemende vraag naar palmolie ( o.a. voor de zeep- en voediingsmiddelenindustrie en bio-brandstof ) verdwijnt er steeds meer regenwoud. WAT DOET STICHTING BOS HIERAAN? Met behulp van uw donatie doen wij o.a. het volgende:
"WIJ ZIJN TOCH GEEN KNIP VOOR DE NEUS WAARD ALS WE DE ORANG-OETAN LATEN UITSTERVEN". |
Stichting Bos
Stichting BOS is een onafhankelijke stichting. Zij is op geen enkele wijze verbonden aan BOSF Internationaal en BOSF Indonesië. Zij ondersteunt dan ook geen enkel project meer van deze organisaties. Zij werft fondsen om verschillende projecten voor orang-oetans te ondersteunen op Borneo (Maleisië) en Sumatra.
Donateurs
|
In de afgelopen 20 jaar is het aantal orang-oetans met meer dan de helft verminderd. Het is een diersoort geworden die met uitsterven wordt bedreigd.
Illegale houtkap. 70% van het in Nederland geimporteerde hardhout uit Indonesië is illegaal gekapt.
Stichting BOS is een initiatief van Peter Hos en zijn vrouw Martha. .