Eindelijk zijn de orang-oetans weer veilig thuis.
Uit de Volkskrant van 23-11-2006.
Van onze correspondent Michel Maas
Na jaren wachten worden 48 orang-oetans die naar Thailand waren gesmokkeld een vliegtuig ingeladen. Ze keren terug naar het Indonesische Kalimantan. Ze keren terug naar huis. Vier vrachtwagentjes rijden onopvallend door het avondverkeer van Bangkok. Op de laadbakken staan open kooien gestapeld, waaruit de al te menselijke gezichten van 48 orang-oetans angstig, maar altijd nieuwsgierig naar buiten kijken.
Als de vrachtwagens de militaire luchthaven van Bangkok binnenrijden en de lampen van de camera’s op ze worden gericht deinzen de apen terug. Nergens kunnen zij schuilen voor de flitslichten die proberen achter het traliewerk een glimp van hen op te vangen. Langzaam verandert de angst van de dieren in ergernis. Uit de kooien klinkt gesis en gegrom. Zij spugen naar de journalisten en slaan tegen de wanden van de kooien. Hun reis is nog maar net begonnen
.
‘Stuur orang-oetans terug van Thailand naar Indonesië’, staat geschreven op een spandoek dat aan de zijkant van een van de vrachtwagentjes is bevestigd. Het spandoek is van het departement van Nationale Parken en Natuurbescherming. De vrachtwagentjes ook. ‘Het is een zooitje’, zegt Edwin Wiek. De Nederlander is grotendeels verantwoordelijk voor wat hier gebeurt. Hij ontdekte vierenhalf jaar geleden dat er ineens opvallend veel jonge orang-oetans in het dierenpark Safariworld in Bangkok zaten – veel meer dan er geboren konden zijn, zoals het park beweerde. DNA-onderzoek bewees onomstotelijk
dat 53 dieren uit Kalimantan in Indonesië kwamen, en dus illegaal naar Thailand moesten zijn gebracht. Dat toegeven kostte Thailand grote moeite, en nog meer moeite kostte het om de dieren terug te sturen.
Wiek heeft de dieren niet meer mogen zien sinds ze door de Thaise regering werden geïsoleerd. Hij loopt onderzoekend langs de kooien. Niet alle apen zijn even gezond. Er zijn er die een soort staar hebben als gevolg van ondervoeding of verkeerde voeding. Andere zitten lusteloos in een hoekje, en hebben zichzelf kaalgeplukt van de stress. Er zijn er die juist te lang haar hebben omdat ze zichzelf niet meer verzorgen. Zeven hebben hepatitis B. Maar het had erger gekund, aldus Wiek.
Met zijn eigen stichting, Wildlife Friends of Thailand, en met de Nederlandse Stichting BOS in Indonesië, heeft hij sinds de ontdekking een verbitterd gevecht gevoerd voor de vrijlating van de primaten. Dat gevecht bracht hem meer dan eens in conflict met de Thaise autoriteiten. Met de mond beleed de regering steeds alle medewerking, maar de werkelijkheid was anders.
Drie jaar geleden kondigde het hoofd van de afdeling Nationale Parken, Schwann Tunhikorn, aan dat de orang-oetans ‘zo snel mogelijk’ naar Indonesië zouden worden teruggestuurd. Vervolgens begon een frustrerende tijd waarin de terugreis keer op keer werd uitgesteld. Het wachten was op de handtekening van Tunhikorn, die telkens nieuwe redenen vond om die nog even niet te zetten. Hij gaf uiteindelijk schaamteloos vijf Indonesische orang-oetans, die eigenlijk naar Kalimantan hadden gemoeten, cadeau aan een dierentuin in Chiang Mai.
Tunhikorn kan Wieks bloed wel drinken, en omgekeerd is de haat minstens even groot. Vandaar dat wat de Thai ook doen, het voor Wiek altijd ‘een zooitje’ zal blijven. De spanning tussen de Nederlander en de Thai is dinsdagavond aan alles te voelen. BOS en Wildlife Friends of Thailand hebben de kooien gemaakt, het transport naar Indonesië en de benodigde Indonesische vergunningen geregeld, een opvangcentrum in gereedheid gebracht en vrijwilligers meegebracht die de dieren tijdens de lange vlucht naar huis zullen verzorgen. Maar zij mogen de dieren niet onderzoeken voordat zij in de kooien gaan. Zij mogen niets. Zelfs de auto’s van Wildlife Friends of Thailand die eten en drinken voor de dieren komen brengen, mogen het vliegveld niet op ‘omdat zij niet horen bij de organisatie’. De wereld moet denken dat het transport het werk is van de Thaise autoriteiten.
De Thai hebben daarom de stickers van de twee organisaties van de kooien gehaald. De directeur-generaal van het departement van Nationale Parken komt langs om zich te laten fotograferen voor de kooien. Hij negeert Wiek nadrukkelijk. Die plakt vervolgens tijdens het eerste deel van de vlucht met een Indonesische Hercules, van Bangkok naar Jakarta, de stickers van BOS en Wildlife Friends of Thailand, weer terug op de kooien.
Vier jaar heeft Wiek de dieren niet mogen zien. Nu het zover is, bekruipt hem de twijfel. Hij brengt 48 orang-oetans terug naar ‘huis’, maar is het dat wel waard? ‘Ik heb net een keer, heel even, een moment gehad dat ik dacht dat de dieren misschien beter in Thailand hadden kunnen blijven.’ Waar komen de dieren terecht? Bosbranden hebben Kalimantan zwaar gehavend. Men zegt dat de afgelopen maanden meer dan duizend orang-oetans in de vlammen zijn omgekomen. ‘Het lijkt inderdaad wel water naar de zee dragen, wat wij hier doen. Ik geloof niet dat wij het uitsterven van deze dieren kunnen verhinderen. Wij kunnen het hoogstens wat uitstellen.’
Bij een tussenstop in Jakarta slaat de stemming om. De tersluikse sfeer waarin de dieren stilletjes in het donker Thailand verlieten, steekt schril af tegen de ontvangst die hier is voorbereid. De Indonesische First Lady, ‘ibu Ani’ Yudhoyono, is zelf naar het vliegveld gekomen om de orang-oetans te verwelkomen. Zij haalt ze in als ‘echte bewoners van Indonesië die hier al langer wonen dan de Indonesiërs zelf’. Haar gevolg is gestoken in T-shirts met opschriften als: ‘It’s nice to be home’.
De dieren zelf zien er weinig van. Zij zitten in hun kooien in de buik van de Hercules en wachten tot die weer zal opstijgen voor de laatste etappe, naar Palangka Raya, hoofdstad van Centraal Kalimantan.
Rook kringelt nog altijd omhoog in het kaalgeslagen landschap rond de stad. De ergste bosbranden, die zelfs veraf gelegen steden als Singapore en Kuala Lumpur in een dikke nevel hulden, zijn echter voorbij. Ook hier staat een feestelijk welkomstcomité. De gouverneur is gekomen, en een kinderkoor zingt speciaal geschreven orang-oetan-liedjes.
Zij zijn ‘thuis’. Dat wil zeggen: zij gaan naar het opvangcentrum Nyaru Menteng, waar al meer dan vijfhonderd soortgenoten wachten op hun terugkeer naar de natuur. Onder hen zijn vluchtelingen voor de bosbranden, en meer dan tweehonderd dieren die alleen dit jaar al uit gevangenschap zijn bevrijd.
Het zal drie jaar duren voordat de 48 Thaise orang-oetans klaar zijn om terug de natuur in te gaan. Die drie jaar hebben zij nodig om de kunstjes af te leren die Safari World ze liet doen (zij werden onder meer gebruikt voor bokspartijtjes) en te leren hoe zij hun eigen voedsel moeten zoeken.
Wiek overziet de kooien, hoort het gezang van de kinderen, en heeft grote moeite zijn tranen te bedwingen. ‘Het is een lange reis geweest. Niet alleen vandaag, maar de afgelopen vier jaar.’
Copyright: Maas, Michel
Fotos: Lone Droscher-Nielsen ( Manager opvangcentrum Nyaru Menteng).
Fotos van boven naar beneden: aankomst in Nyaru Menteng, opvangkooien, orang-oetans in het 'Midway House' en het nieuwe vrijlatingsgebied bij Nyaru Menteng.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
