Home Nieuws

Info

Zeepnoten

"Stel je eens voor...

een product wat 100% plantaardig is, dus niet belastend voor het milieu, waarmee je je kleding schoon kunt krijgen, je haren kunt wassen, de ramen kunt lappen, juwelen reinigen, je gezicht en lichaam kunt wassen, huisdier in bad kunt stoppen, de afwas kunt doen en veel meer...

Mijn naam is Sophie Meijers en heb een jong bedrijfje in een mooi duurzaam product: zeepnoten.

Zeepnoten zijn kant-en-klare-zeepjes die aan bomen groeien in het Himalaya-gebied en dienen als wasmiddel, shampoo, allesreiniger, lichaamsverzorging etc. en zijn 100% plantaardig, volledig biologisch afbreekbaar, antibacterieel en schimmeldodend.
In de schil van de Zeepnoot bevind zich de stof saponine. Saponine werkt als zeep wanneer het in aanraking komt met water en hierdoor zijn deze wonderlijke vruchten ontzettend veelzijdig en volledig inzetbaar in het huishouden en voor de lichaamsverzorging.

Zou het niet fantastisch zijn als we allemaal "groen" zouden gaan wassen? 

Ik zie het als mijn taak om zo veel mogelijk mensen aan te moedigen om het milieu te ontlasten en gebruik te maken van de middelen die ons worden aangereikt door de natuur, maar ik besef ook dat producten in deze snelle tijd eenvoudig in het gebruik dienen te zijn, budgetvriendelijk moeten zijn en tegelijkertijd minstens zo goed moeten werken als reguliere producten.
Zeepnoten voorzien in al deze gemakken."

Groetjes, Sophie

september 2010

www.nutsofnature.nl

 

Belevenissen in het oerwoud

 

 

Dit voorjaar heeft een aantal mensen van Stichting B.O.S. een trip gemaakt naar Batang Toru

op Sumatra op uitnodiging van Gabriella Fredriksson. Uiteraard was dit “op eigen kosten”.

De groep bestond uit: Peter Hos (voorzitter Stichting B.O.S.), Hilda Schaap  (administratrice), Fred Muller (vrijwilliger), Merel Sinemus (vertegenwoordiger van Clusius) en haar vriend Sander Kenniphaas. Tevens reisde mee de winnares van de schoolaktie van het Bonhoeffer College Castricum: Jill Rijkhoff (15 jaar). Zij kreeg als prijs de reis aangeboden.

Het doel van de reis was om een indruk te krijgen waar men op Batang Toru mee bezig is.

 

Op vrijdag 24 april 2009 vertrok het gezelschap vanaf Schiphol naar Medan via Kuala Lumpur. Bij het vliegveld van Medan wachtte Gabriella ons op en bracht ons naar haar kantoor in Medan. Wij kregen daar uitgelegd hoe men in het nabijgelegen quarantaine-centrum werkt. De volgende dag bezochten wij dit centrum en kregen daar een rondleiding van Ian Singleton en zijn medewerkers. Er waren op dat moment ongeveer 40 orang-oetans in opvang. Het centrum is prachtig gelegen en zag er goed verzorgd uit.

 

Op maandag 27 april vertrokken we met een tweemotorig vliegtuig van Medan naar Sibolga.

Sibolga ligt aan de westkust van Sumatra in de nabijheid van Batang Toru. Ook daar in de buurt heeft Gabriella een klein kantoor waar ze werkt, eet en slaapt. Een aantal mensen van ons groepje bezocht nog dezelfde dag een nabijgelegen stuwmeer waar elektriciteit wordt opgewekt. De hoeveelheid opgewekte elektriciteit is voldoende voor de mensen in de omgeving. We werden daar rondgeleid door de hoofdmanager van het stuwmeer.

 

Dinsdag 28 april vertrokken we met een busje richting Batang Toru. We reden door bergachtig gebied naar een kleine nederzetting , Haramunting, waar de weg ophield. Het onderzoekskamp van Gabriella ligt nog 10 km verder in het oerwoud. Deze afstand moest dus te voet afgelegd worden. Gabriella liep ook mee en ook nog vier dragers. Deze mensen komen uit dit gebied en zijn in dienst van Gabriella. Zij kennen de weg op hun duimpje. Er werd in verschillende groepjes gelopen omdat niet iedereen hetzelfde tempo heeft. Met kleding aan dat zoveel mogelijk bedekt tegen de bloedzuigers en een rugzak om van 10 kilo ( waarin de noodzakelijke artikelen voor overnachting en veel drinkwater), begaven we ons op weg. Een gebied vol dorre takken en boomwortels, veel omgevallen bomen waar we overheen moesten klauteren, steile glibberige hellingen en riviertjes waar we doorheen moesten! En dan ook nog een temperatuur van tegen de 40 graden Celcius! Jill amuseerde zich prima ondanks haar zware rugzak en kwam als een van de eersten in het Godelindekamp aan. Anderen deden het wat rustiger aan en liepen er ongeveer 7 uur over.

Het kamp bestaat uit een aantal hutten, gebouwd op palen en afgedekt met zeildoek. Men kookt er op houtvuur en het water dat men gebruikt komt uit de rivier waar het kamp aan ligt.

Ook is er sinds kort een generator waarmee elektriciteit wordt opgewekt, zodat de meeste hutten verlichting hebben. De bevoorrading van het kamp gaat allemaal te voet.

Na een bad in de rivier! en een heerlijke maaltijd werd ons verteld wat er in het kamp wordt gedaan en wat het onderzoek inhoudt. Ook werden de opgehaalde geldbedragen van de schoolacties symbolisch aan Gabriella overhandigd.

De volgende dag, na een heerlijke nachtrust ondanks het oerwoudlawaai, liet men ons in de omgeving zien hoe het in de praktijk te werk gaat. Het doel van het onderzoek is te weten te komen welke vruchten de orang-oetan het liefst eet. Een orang-oetan gebruikt een nest maar 1 nacht en vertrekt dan weer naar een andere plek, waar hij dus weer een nieuw nest bouwt. Ontdekt men een verlaten nest, dan wordt de plaats van de boom gemarkeerd met een label en periodiek wordt de diameter van de boom gemeten, het aantal vruchten geteld en bij benadering het aantal bladeren. Een en ander wordt via de computer verwerkt waarna men hoopt het antwoord op een aantal vragen te zullen krijgen.

 

De volgende dag, donderdag 30 april, verlieten wij het kamp weer. Onze gids liet ons veel bijzonderheden van het oerwoud zien, zoals: vleesetende planten, bloeiende gember, orchideeen, bijzondere insecten. Orang-oetans hebben we niet gezien ( wat een goed teken is) maar wel hoorden we de roep van de Gibbon. Het was een schitterende terugtocht.

 

Hierna is de groep nog een aantal dagen aan het Tobameer geweest, op het schiereiland Samusir. Hier konden we even uitblazen van de indrukken en vermoeienissen van de tocht door het oerwoud.

Op dinsdag 5 mei vlogen we terug naar Amsterdam.

Het was een prachtige, indrukwekkende reis! 

 

 Fred MullerLimmen 2009 

 

Palmolie gevaar voor Orang Oetan

Jakarta – Indonesie is een van de grootste producenten van palmolie. Topleverancier Sinar Mas ligt onder vuur vanwege het kappen van oerbos om ruimte te maken voor plantages. Orang-oetans worden in hun voortbestaan bedreigd, net als inheemse stammen. Hoe moeilijk is het om “schone”palmolie te produceren?

De grootste Indonesische palmolieproducent ligt opnieuw onder vuur: Sinar Mas wordt beschuldigd van het illegaal kappen van oerbos voor de aanleg van enorme plantages. Unilever en Nestlé hebben al aangekondigd geen producten meer af te zullen nemen van het Indonesische bedrijf. Andere multinationals wachten de resultaten af van een onderzoek naar de beschuldigingen van milieuorganisatie Greenpeace.

Alternatief

Aan palmolie is vrijwel niet te ontkomen. Chocolade, dagcreme of een romantische kaars; in zeker 60 procent van de dagelijkse boodschappen is de goedkope, plantaardige olie verwerkt.

Ooit gepresenteerd als een milieuvriendelijk alternatief voor aardolie, totdat bleek dat er miljoenen hectares oerwoud voor werden gekapt. Op Borneo zijn de sporen overal zichtbaar. Hele stukken ooit dichtbegroeide jungle zijn vervangen door kilometers palmolieplantages.

Indonesie is een van de grootste producenten van ruwe palmolie ter wereld; bijna de helft van de veertig miljoen ton die jaarlijks wordt geproduceerd komt uit de archipel. Het grootste deel daarvan komt Europa binnen via de haven van Rotterdam. Door de grootschalige ontbossing worden planten en dieren met uitsterven bedreigd; hun terrein wordt iedere dag een stukje kleiner. Wetenschappers voorspellen dat, als niet wordt ingegrepen, de orang-oetan over tien jaar niet meer in het wild voorkomt. Hoge bomen zijn een voorwaarde voor de oranje mensaap om te overleven. Greenpeace is een nieuwe campagne begonnen om grote multinationals ertoe te dwingen duurzame in plaats van “foute”palmolie te gebruiken, waarvoor geen kilometers bos gekapt hoeven worden. Met een confronterend filmpje, waarin een vermoeide werknemer per ongeluk een hap van de vinger van een orang-oetan neemt, probeert Greenpeace bedrijven onder druk te zetten. Op dit moment dragen slechts drie van de honderden Indonesische palmolieprocenten het keurmerk “schoon”. Wereldwijd gezien is van de 40 miljoen ton nu 1 miljoen ton duurzaam. De productie van duurzame palmolie is “niet moeilijk”, volgens Sarala Aikanathan van de RSPO, een internationaal platform dat zich hier voor inzet, “maar kost wel meer”. Per ton bedragen die extra kosten zo’n tien dollar. Dorab Mistry, eigenaar van een firma die handelt in palmolie, verwacht dat steeds meer producenten dat voor lief nemen. “Ze willen liever met milieuvriendelijke olie geassocieerd worden, dan met ontbossing en klimaat verandering”. Suzanne Kroger van Greenpeace benadrukt dat vaak moeilijk te zien is welke palmolie “groen”is in Indonesie. “Er zijn kleine palmolieboeren, die geen bomen kappen voor hun gewas. Helaas wordt hun palmolie opgekocht door grote handelaren, die het vermengen met niet-duurzaam geproduceerde olie. En vanuit de overheid is er geen enkele controle”.

Campagne

Het Indonesische Ministerie van Plantages gaat om de tafel zitten met Sinar Mas en andere palmoliebedrijven om te kijken wat de beste reactie is op de “negatieve campagne” van Greenpeace. “We willen voorkomen dat de hele palmolie-industrie in Indonesie door de actie tegen Sinar Mas beschadigd wordt”, zegt Achmad Mangga Barani van het ministerie. Niet verwonderlijk, daar honderdduizenden Indonesiers financieel afhankelijk zijn van palmolie en het land tien miljoen werklozen kent. Ook handelaar Mistry vindt de door Greenpeace gehanteerde actie “te extreem”. “Het dwingt Indonesie in het defensief. Daarmee bereik je niet dat duurzame productie snel zal toenemen”.

 

Bron Noord Hollands Dagblad

Door Esther de Jong

April 2010

 

Natuurbeschermers hebben een nieuwe populatie orang-oetans ontdekt in een afgelegen en bergachtige hoek van het Indonesische eiland Borneo. Mogelijk gaat het om wel tweeduizend exemplaren van de ernstig bedreigde mensapensoort. 

Een team dat bossen inspecteert, telde tussen kliffen van kalksteen aan de oostelijke rand van het eiland 219 orang-oetannesten. "Dat houdt in dat daar een 'substantieel'a antal van de diersoort aanwezig is", zei Erik Meijaard, een ecoloog van het Amerikaanse The Nature Conservancy.  "We kunnen niet met zekerheid zeggen hoeveel het er zijn, maar zelfs de meest conservatieve schattingen komen uit op honderden, misschien wel duizend of tweeduizend".

Foto: Teamleden die een foto probeerden te maken van een vrouwtjesaap met kind, werden door een kwade mannetjesaap bekogeld met takken. De groep kwam tijdens de trip in december zeker drie exemplaren tegen, wat nogal uitzonderlijk is omdat ze erg schuw zijn.

Wereldwijd leven naar schatting vijftig- tot zestigduizend orang-oetans, in het wild, waarvan negentig procent in Indonesie en de rest in buurland Maleisie. De dieren brengen hun hele leven door in het regenwoud, dat in die twee landen steeds vaker het veld moet ruimen voor palmolieplantages.

Ontoegankelijkheid: De populatie was nog niet eerder ontdekt, volgens Meijaard door de ontoegankelijkheid van het bergachtige gebied en doordat de grond te arm is om te worden bewerkt. Birute Mary Galdikas, een Canadese wetenschapper die orang-oetans al vier decennia bestudeert, zei dat de meeste populaties klein en verspreid zijn, waardoor ze extra risico lopen om uit te sterven.

Significant: "Dus ja, een populatie vinden die voor de wetenschap tot nu toe onbekend was, is significant, vooral een groep van deze grootte", zei ze. Het gaat in dit geval om een zeldzame subsoort, de zwarte Borneose orang-oetan, of Pongo pygmaeus morio.

Her regenwoud waar de dieren leven, beslaat zo'n 2500 vierkante kilometer. Het gebied daaromheen is in de jaren negentig bijna volledig in vlammen opgegaan. Het vuur was aangestoken door plantage-eigenaren en kleine boeren, en werd aangewakkerd door aanhoudende droogte. Het kan zijn dat de dieren daardoor naar dit gebied zijn gevlucht.

De volgende stap van het team is in samenwerking met de lokale autoriteiten ervoor te zorgen dat het gebied wordt beschermd. Sommige deskundigen denken dat orang-oetans in het wild door het tempo van de vernietiging van hun natuurlijke leefomgeving binnen twintig jaar volledig zijn uigestorven.

NU -april 2009

 

Fientje uit Apenheul onverwacht overleden

fientje apenheul Bron: Telegraaf

Orang oetan Fientje van de Apenheul is zaterdagochtend (26-1) voor een operatie overleden.

Orang oetan Fientje zou door een arts in Apeldoorn geopereerd worden aan staar. Toen ze onder narcose ging verslechterde plotseling haar toestand. De artsen besloten de operatie af te blazen maar kort daarna overleed Fientje. De betrokken artsen zullen sectie verrichten op Fientje om te kijken wat er is misgegaan. 

 

Eindelijk zijn de orang-oetans weer veilig thuis.

nm orangs in kooi Uit de Volkskrant van 23-11-2006.

Van onze correspondent Michel Maas
Na jaren wachten worden 48 orang-oetans die naar Thailand waren gesmokkeld een vliegtuig ingeladen. Ze keren terug naar het Indonesische Kalimantan. Ze keren terug naar huis. Vier vrachtwagentjes rijden onopvallend door het avondverkeer van Bangkok. Op de laadbakken staan open kooien gestapeld, waaruit de al te menselijke gezichten van 48 orang-oetans angstig, maar altijd nieuwsgierig naar buiten kijken.
Als de vrachtwagens de militaire luchthaven van Bangkok binnenrijden en de lampen van de camera’s op ze worden gericht deinzen de apen terug. Nergens kunnen zij schuilen voor de flitslichten die proberen achter het traliewerk een glimp van hen op te vangen. Langzaam verandert de angst van de dieren in ergernis. Uit de kooien klinkt gesis en gegrom. Zij spugen naar de journalisten en slaan tegen de wanden van de kooien. Hun reis is nog maar net begonnen

Lees meer...

 

Orang oetans in tijdschriften

bigcover Er ligt momenteel een prachtig tijdschrift in de winkels dat de titel : " Wetenschap in beeld" heet. Hier staat een prachtig artikel in over het opvangcentrum in Nyaru Menteng. Hoe de orang oetans die gered zijn uit handen van illegale handelaren en andere onwetende mensen weer leren om orang oetan te zijn. Vaak zijn de dieren al heel snel bij hun moeder weggehaald zodat ze veel dingen, die noodzakelijk zijn om in de natuur te overleven, niet geleerd hebben. In het opvang centrum Nyaru Menteng dat onder de bewonderingswaardige leiding staat van Lone Droscher Nielsen leren ze de orang oetans om weer echte orang oetans te zijn. Hun prachtige en aangrijpende verhaal met vele foto's kan je in dit blad terugvinden.